Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 2

Hoofdstuk 26, tekst A: De val van Miletos

Terwijl de Perzen Milete belegerden vanaf het land en vanuit de zee en terwijl ze de muren ondergroeven en terwijl ze allerlei belegeringswerktuigen ernaar toe brachten, namen zij de stad in in het zesde jaar vanaf de opstand: en van de mannen slachtten zij de meesten af, maar de vrouwen een kinderen werden slaaf. Daarna brachten de Perzen de rest van de Milesiėrs naar Sousa. En nadat koning Dareios hen in het geheel geen kwaad had aan gedaan, liet hij hen wonen aan de Perzische Golf. De Perzen zelf kregen van de streek der Milesiėrs de stad en de vlakt in bezit, en het bergland gaven ze aan de Kariėrs. Toen de Atheners hadden vernomen dat deze ramp was gebeurd, maakten zij duidelijk dat zij het meest verdriet hadden om de inname van Milete: want toen de dichter Frynichos het toneelstuk "De inname van Milete" had gedicht en opgevoerd, barstte het theater in tranen uit. En de Atheners beboetten hem met 1000 drachmen, omdat hij eigen leed in herinnering had gebracht, en zij bevalen dat niemand meer dit toneelstuk zou gebruiken (opvoeren).