Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Ovidius

Met.11 172-193: Midas krijgt ezelsoren

Midas
Rijkdom verguizend leefde Midas nu in veld en bos
en wijdde zich aan Pan, de god die huist in bergspelonken.
Maar zijn verstand bleef lomp en dwaze onnadenkendheid
zou voor een tweede maal haar meester veel ellende brengen.
Ver uitziend over zee verheft de steile Tmolus zich
hoog in de lucht en breedgeschouderd reikt hij met zijn zijden
van Sardes links tot aan het nietige Hypaepa rechts.
Als Pan daar op een keer de lieve nimfen met zijn zangkunst
vermaakt en licht frivole wijsjes op zijn Panfluit speelt,
durft hij Apollo's verzen te kleineren vergeleken
bij eigen werk, durft zelfs een ongelijke wedstrijd aan!
Tmolus mag jury zijn. De grijsaard zet zich op zijn bergrug,
ontdoet zijn oren van geboomte-slechts een eikekrans
ligt om zijn blauwgroen haar, de eikels hangen langs zijn slapen.'
Zijn blik richt zich op Pan, de god van 't vee. 'De jury,' zegt hij,
'zit klaar en luistert...' Pan begint te spelen op zijn rietfluit.
Zijn wat uitheemse lied vertedert Midas, want die was
toevallig bij de zangwedstrijd aanwezig. Dan wendt Tmolus
zijn edelachtbaar hoofd Apollowaarts, en ook het bos
draait mee! De god draagt op zijn blonde lokken een laurierkrans
van de Parnassus, en zijn purperrode mantel sleept
over de grond; zijn lier, vol edelstenen en ivoorwerk,
rust op zijn linkerarm, en met het plectrum rechts is hij
alleen in houding al een kunstenaar; daarna bespeelt hij
de snaren zˇ bekwaam, dat Tmolus voor de zoete klank
bezwijkt en uitspraak doet: Apollo's lier wint van de Panfluit.
Elk ander is het met dit oordeel van de berggod eens
behalve ÚÚn: de stem van Midas protesteert en noemt het
onredelijk... De god van Delos, die het niet verdraagt
dat zulke stomme oren nog op mensenoren lijken,
rekt ze naar boven uit, bedekt ze met een grijze vacht
en maakt de onderkant wat slap, zodat ze kunnen flappen-
Verder blijft Midas mens, alleen dat lichaamsdeel krijgt straf
en zo heeft hij sindsdien de oren van een trage ezel.
Het geheim van Midas' ezelsoren verraden door een dienaar .
Hij wil dit graag verbergen en uit schaamte voor zijn hoofd
tracht hij de schande in een dure tulband te verhullen.
Alleen de dienaar die zijn lange lokken knippen mag
heeft het gezien. Omdat de man zijn kwalijke ontdekking
niet durft te uiten, maar er toch wel over praten wil
en zijn geheim niet kan bewaren, graaft hij ergens buiten
een kuil, vertelt met zachte stem over de oren van
zijn koning, fluistert in de grond hoe deze er wel uitzien-
dekt dan zijn woorden en geheim met scheppen aarde toe
en als de kuil gedicht is, gaat hij stilletjes paleiswaarts.
Maar op die plek ontspruit een dicht gewas van wuivend riet
en als dat in het hoogseizoen is opgegroeid, verraadt het
die plattelands-coiffeur, want zachtjes ruisend in de wind
legt het zijn woorden bloot en zingt hardop van 's konings oren.