Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Ovidius

Daedalus en Icarus

Daedalus intussen, vol haat tegen de lange ballingschap op Kreta,
En geraakt door de liefde voor zijn geboorteplaats,
was door de zee ingesloten. "Hij mag dan wel land en zee versperren," zei hij, "maar de hemel staat zeker open: we zullen langs daar gaan!
Hij mag alles bezitten, Minos, maar de lucht bezit hij niet."
Zo sprak hij, en hij laat zijn geest varen naar onbekende vaardigheden,
hij vernieuwt de natuur. Want hij ligt veren in volgorde,
beginnend met de kleinste, terwijl een kortere een lagere volgt,
zodat je zou denken dat ze op een helling gegroeid zijn: zo ontstaat dikwijls
een herdersfluit geleidelijk uit ongelijke rietstengels.
Dan verbindt hij de veren in het midden met een touw en onderaan met was,
en wanneer ze zo zijn bijeengevoegd, buigt hij ze in een kleine welving,
zodat hij echte vogels nabootst.
Z'n zoon Icarus stond daar samen met hem, en er zich niet van bewust dat hij z'n eigen gevaren aanraakte, probeerde hij nu eens met stralend gezicht de donsveertjes te pakken die de speelse wind had bewogen,
dan weer kneedde hij de goudgele was met zijn duim, en door zijn spel verhinderde hij het wonderlijke werk van zijn vader.
Nadat de laatste hand was gelegd aan het begonnen werk, bracht de ontwerper zelf z'n eigen lichaam in evenwicht tussen de beide vleugels
en hing hij in de bewogen lucht.
Hij voorzag ook zijn zoon van vleugels en zei hem: "Ik druk je op het hart, Icarus, om op de middelste baan te vliegen,
opdat, als je te laag zal vliegen,
de zee je veren verzwaart, als je te hoog zal vliegen, het vuur hen verzengt. Vlieg tussen beide. Ik beveel je om niet te kijken naar de Ossenhoeder,
niet naar de Grote Beer, niet naar het getrokken zwaard van de Jager:
Leg je weg af onder mijn leiding (met mij als leider)!" Tegelijk levert hij de regels van het vliegen over en past hij aan zijn schouders de onbekende vleugels aan.
Bij het werk en bij de raadgevingen werden de wangen van de oude man vochtig, trilden de handen van de vader. Hij gaf kussen aan zijn zoon
die niet meer herhaald zouden worden - en door de veren opgetilt,
vloog hij voorop en vreest hij voor zijn gezel, zoals een vogel die vanaf zijn hoge nest z'n tengere kroost door de lucht leidt;
hij spoort hem aan te volgen en onderwijst hem in de verderfelijke kunsten.
Hij beweegt z'n eigen vleugels en hij kijkt om naar die van zijn zoon.
Iemand terwijl hij met een trillende hengel vissen ving en een herder die leunde op z'n stok en een boer die leunde op zÂÂ’n ploeg,
Zag hen en stond verstomd en geloofden dat zij die de hemel kunnen doorklieven, goden zijn. Reeds verscheen links het aan Juno gewijde Samos (Delos en Paros waren reeds achtergelaten), rechts was Lebinthos en Calymne,
rijk aan honing. Toen begon de jongen te genieten van de vermetele vlucht en verliet hij zijn gids, en aangetrokken door het verlangen naar de hemel,
volgde hij een hogere koers.
De nabijheid van de verzengende zon maakt de geurige was, bindmiddel van de veren, zacht; De was smolt: hij sloeg zijn naakte armen,
maar bij gebrek aan een vliegmiddel ving hij niks van wind (geen enkele wind) op. Zijn mond die de naam van zijn vader uitroept, wordt opgevangen door het diepblauwe water, dat aan hem zijn naam ontleent.
Maar de ongelukkige vader, eigenlijk geen vader meer, riep uit: "Icarus," riep hij, "Icarus, waar ben je? In welke streek moet ik je zoeken?
Icarus!” bleef hij roepen; hij bemerkte de veren in de golven,
en vervloekte zijn vaardigheden. Hij begroef het lichaam in een graf;
en de aarde werd genoemd naar de naam van de begravene.