Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 2

Hoofdstuk 22, oef 11

11 Puntoremus
puntorere
puntorare
puntorere

Vorm Indic. praes. Coni. praes. Indic. fut. Infin. praes.

petat x petere
tacent x tacere
intremus x intrare
gaudes x gaudere
audiam (!) x x audire
plaudit x plaudere
dubitetis x dubitare
scribent x scribere
deliberemus x deliberare
placet x placere
leges x legere
stet x stare
decernas x decernere
decernes x decernere
decernis x decernere
sustineas x sustinere
cedes x cedere
curaris x curare
abducantur x abducere
evades x evadere
claudam (!) x x claudere
es x esse
discant x discere
audieris x audire
comprehendent x comprehendere
detur x dare
sit x esse
condunt x condere
condent x condere
condant x condere
sint x esse
sunt x esse

Vertaling van de werkwoorden:

1 hij vraagt (c)
2 zij zwijgen 17 jij zult gaan
3 wij gaan binnen 18 jij wordt verzorgd
4 jij verheugt je 19 zij worden weggevoerd
5 ik hoor , ik zal horen 20 jij zult onsnappen
6 hij applaudiseert 21 ik sluit , ik zal sluiten
7 jullie aarzelen 22 jij bent
8 zij schrijven 23 zij leren
9 wij overleggen 24 jij zult gehoord worden
10 het bevalt 25 zij zullen begrijpen
11 jij zult lezen 26 het wordt gegeven
12 hij staat 27 het is
13 jij ziet 28 zij stichten
14 jij zult zien 29 zij zullen stichten
15 jij ziet 30 zij stichten
16 jijverdraagt 31 zij zijn 32 zij zijn