Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 2

Hoofdstuk 21, tekstblok

C: Hallo Delia, wat doe je? Waarom ben je zo droevig? Waarom huil je?
D: (Zwijgt)
C:Ben jij niet Delia, de nieuwe slavin van Atia?
D: Delia word ik alleen in Rome genoemd.
C: Met welke naam word je in werkelijkheid geroepen en waar ben je vandaan gekomen?
D: Melissa word ik genoemd en ik heb in Assos gewoond. Zo wordt de stad in Klein-Azië genoemd.
Vandaar voer ik met enkele metgezellen naar een nabijgelegen eiland. Toen we plotseling door piraten werden overvallen. Matrozen brachten een gevecht tot stand, maar werden overweldigd. Sommigen werden gedood, maar ik werd echter met anderen gevangen genomen en weggevoerd naar Delos.
C: Daarom wordt hier Delia gezegd. Op Delos worden gewoonlijk veel slaven verkocht.
D: Nu ben ik de slavin van Atia. De meesteres is streng en hardvochtig.
Dikwijls worden we door haar hard en fel bekritiseerd, en soms beveelt ze ons te worden gestraft en geslagen. C: En waarom worden jullie geslagen?
D: Zojuist werd Psecas geslagen en gestraft omdat ze de haren van de meesteres slecht
geordend had. Ze schreeuwde ongelukkig, maar ik vluchtte, omdat ik zeer bang was. Nu vrees ik de woede van de meesteres zeer, want ik zal daarom ook worden afgekeurd. Ik zal gestraft worden, ik zal hevig geslagen worden.
C: Als je naar mij zal luisteren, dat zal je niet afgekeurd en gestraft worden. Vraag vergeving van
de meester. Want hij is mild. Hij is immers vriendelijk en nooit heeft hij zijn slaven wreed behandeld, omdat hij door hen geliefd wil worden, niet gevreesd. Verder bevallen de schandelijke leefwijze van zijn echtgenote hem niet: net werden draagstoeldragers door haar gestraft. Zij had immers gezegd dat ze te laat gekomen waren. Toen plotseling de meester eraan kwam en hen dapper beschermde.
D: De meester is inderdaad dapper als hij de woede van Atia niet vreest...