Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 2

Hoofdstuk 18, tekstblok

Met scherpe woorden onderhandelden de tribunen met de senatoren, en een van hen,
Gaius Terentilius Arsa, zei: ‘Snelle hulp is nodig / geboden,
want aan de tweedracht van de senatoren en het volk zullen wij geen einde maken
behalve door geschreven wetten /
want aan de tweedracht tussen de senatoren en het volk zullen wij alleen door
geschreven wetten een einde kunnen maken.
Wat (zal er gebeuren), als het volk woedend over onrechtvaardige en wrede/
meedogenloze vonnissen, opnieuw de stad zal verlaten?
5 Wat, als het niet meer de woorden van één man zal geloven?
Ik bedoel de bekende Menenius Agrippa, die de harten van de mensen met een fabel
bewoog / die de mensen met een fabel tot andere gedachten bracht.

Binnen korte tijd zullen de snelle ruiters van onze vijanden komen / opduiken
en zullen de stad plunderen die door een groot deel van het volk is verlaten!
Reeds schreeuwen de leiders van onze vijanden bij alle volken van Etrurië,
10 dat ook grote rijken sterfelijk / vergankelijk zijn.
Zij zien namelijk dat twee enorme gevaren ons bedreigen, oproer en tweedracht,
die al veel grote steden hebben vernietigd.
Wees dus op uw hoede, senatoren!
Geef het volk geschreven wetten, die voor alle burgers nuttig zullen zijn!’
15 Door zijn woorden bewogen / Onder de indruk van zijn woorden zorgden de senatoren
voor het algemeen welzijn en stonden ze (het optekenen van) de wetten toe.

Nadat er tussen de senatoren en de tribunen over de wetten overeenstemming was
bereikt, werden direct drie gezanten naar Griekenland gestuurd.
Daar schreven zij die beroemde wetten van Solon over en (ook) de rechtsregels van
andere (stad)staten van Griekenland.

Vier of vijf maanden later kwamen de gezanten met de Griekse wetten terug.
20 Deze verbeterden tien wijze mannen en ze stelden, nadat het werk was voltooid,
met/onder een enorme verwachting/belangstelling van de mensen tien platen /
‘wetstafels’ op het forum tentoon.
In het volgende jaar werden aan die tien ‘wettafels’ (nog) twee nieuwe toegevoegd.
Daarom noemden de Romeinen deze wetten gewoonlijk ‘de twaalf wettafels’,
(ze waren) in zekere zin het fundament van het gehele publiek- en privaatrecht.