Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 1

Hoofdstuk 9: tekstblok

1) …Ik wandelde door Subura en zocht Afra overal,
want Afra is vaak in Subura.
Wat veel geschreeuw hoorde ik daar, wat veel mensen zag ik!
Nu eens liep ik winkels van kooplui/kooplieden binnen, dan weer stond ik bij een handwerker,
5) dan weer las ik de prijzen voor een winkel, – ik kan namelijk al lezen, zoals je weet.
Plotseling hoorde ik de stem van Gallus, mijn vriend.
Hij vroeg mensen namelijk, omdat hij zijn meester zocht,
- maar zijn meester was niet in Subura.
Ik groette Gallus met grote vreugde;
10) toen gingen we beiden door wegen en steegjes en wij zochten,
ik Afra, Gallus zijn meester’

‘Vertel snel!’ zegt Marcus: ‘Heeft Afra mijn brief?’
‘Zij heeft (hem); ik heb mijn taak goed vervuld.
Vervolgens heb ik mij meteen gehaast om naar jou terug te keren.’

15) ‘Je hebt je niet zo erg gehaast, want ik heb vele uren op je gewacht.
Zijn jij en Gallus dan niet naar de kroeg geweest?’
‘Wij zijn (daar) niet geweest, want Gallus verliet mij, omdat hij de woede van de meester vreesde;
ik was dus alleen in Subura. Maar luister:

Juist liep ik door Argiletum, door een donker steegje heen,
20) toen ik plotseling groot geschreeuw hoorde:
"Waarheen jij, schurk? Ik heb je overal gezocht."
En een sterke man hield me al vast; ik vreesde echter zeer,
want in Argiletum zijn slechte mensen.
Al veel ongelukkige slaven hielden zij vast en brachten zij naar de akkers...'
25) ‘Jij ontsnapte echter, zoals ik zie’
’Zo is het, de goden hebben mijn gebeden namelijk verhoord.
Een slechte man sloot me op in een kerker;
maar na enkele uren ontsnapte ik en ben ik weggegaan.
Ben ik dan niet een zoon van Fortuna?’
30) ‘Misschien ben je een zoon van Sisyphus.’