Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 1

Hoofdstuk 12, tekstblok (versie 2)

Geluk was keizer Augustus, die het Romeinse volk na veel oorlogen de vrede gaf,
niet altijd en overal goed gezind.
Van de vrouwen, die hij trouwde, had hij geen zoon, hoewel hij niets liever wenste.
Zijn kleinzonen echter, die hij zeer beminde, verloor hij beide,
(namelijk) Gaius in Klein-Azië en Lucius in Marseille.
Later adopteerde hij Agrippa Postumus en Tiberius.
Van hen verstootte hij Agrippa Postumus, wiens karakter ruw was, spoedig (daarna).
Later bracht hij hem over naar een klein eiland, waarop hij een ongelukkig leven leidde.
Augustus had één dochter, die hij met grote zorg opvoedde: Julia.
Haar gaf hij eerst aan de zoon van zijn zuster ten huwelijk, daarna, toen hij/deze
gestorven was, aan zijn vriend Marcus Agrippa.
Met hem leefde Julia enige jaren en baarde twee dochters en drie zonen:
(namelijk) Gaius, Lucius en Agrippa Postumus, over wie we al vertelden.
Nadat ook Marcus Agrippa gestorven was,
gaf Augustus Julia aan Tiberius ten huwelijk,
hoewel zij/hij niet van hem hield.
Spoedig verliet Tiberius haar en begaf zich naar het eiland Rhodos;
toen bracht Julia met haar vrienden haar leven door temidden van pleziertjes,
want toen was ze vrij.
Haar leefwijze beviel Augustus echter niet;
en daarom verwijderde/verbande hij ook haar naar een klein eiland.
Hoewel het Romeinse volk en de senatoren
hem telkens weer om haar (terugkeer) vroegen, gaf/schonk hij haar geen vergeving,
en als hij over haar en haar dochter Julia vertelde, noemde hij hen gewoonlijk
zijn ‘kankergezwellen’