Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 3

Hoofdstuk 40, tekstblok: Saulus wordt Paulus

1 Wie weet niet dat ik in mijn jeugd mijn gebruiken en wetten van mijn volk heb nageleefd en het leven van de Farizee´┐Żn heb geleefd? Altijd streefde ik er ook naar, de wijsheid en de rechtvaardigheid te behouden, om misdadig te straffen. Ik was woedend geworden om de reden, tevens hen naar het leven te staan,
5 die zeggen dat de zekere leer van de Jood ketterij is. In elk geval meende ik rechtvaardig dat ik veel dingen tegen de naam van Jezus van Nazareth beraamde, en toen ik aankwam in de stad Jeruzalem, betrapte ik vele heiligen en klaagde ze aan bij de rechters en sloot ze op in kerkers; daar door groot leed te verdragen, stierven ze ellendig.
10 Hoezeer ik me nu over die zaak schaam en er spijt van heb, de god is daarvan getuige. Daarna begon in, om te onderzoeken en te veroordelen, tot in andere staten christenen te vervolgen. En toen ik ook naar Damascus was vertrokken, niet vele mijlen van de stad, omstraalde midden op de dag licht uit de hemel mij en heb, die me volgden.
15 Toen wij alleen op de grond vielen, hoorde ik een stem zeggen: 'Saulus, Saulus, waarom vervolg je me?' Ik vroeg met zodanig verwonderde stem: 'Wie ben jij, heer?' En de heer antwoordde: 'Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta op, want ik maak je tot mijn dienaar!'
20 Sinds die tijd noem ik mezelf Paulus en volg ik de leer van Christus en nooit vergeet ik mijn ongeval van die dag, dat Christus aan mij is verschenen.