Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 3

Hoofdstuk 38, tekstblok: Een opvallende vrouw

TEKSTBLOK 38


1 Terwijl Germanicus zich nog in GermaniŽ bevond/Terwijl Germanicus nog in GermaniŽ was, ging het gerucht, waarvan het gewoon is dat allen hem groter maken, dat het leger was omsingeld. Er werd gezegd dat er weinigen over waren, omdat de meeste soldaten gedood waren en het scheen dat de nederlaag als ernstiger werd beschouwd dan de slag bij Cannae.

5 Ook zelf waren de soldaten bang, bewogen door de grootste vrees, dat de Germanen met een vijandige troep het legerkamp zouden aanvallen en dat ze zouden proberen de brug in de Rijn af te breken. En de brug zou werkelijk vernietigt zijn, als Agripina, de vrouw van Germanicus, de slechte daad niet tegen had gehouden.

10 Want deze vrouw, die sterker was dan de meeste mannen, vervulde een taak als leider gedurende deze dagen zeer goed: Zij spoorde degenen die bang waren aan, ze had medelijden met de armen en hielp door de soldaten geld te geven, als iemand behoeftig of gewond was, gaf ze kleding en verband. Gaius Plinius de Grote, een schrijver van de Germaanse oorlogen, leverde over

15 dat zij op de brug heeft gestaan, de teruggekeerde legers heeft gefeliciteerd. Het is bekend dat Tiberius zeer verontwaardigd was. Want hoewel hij dikwijls liever de zwakkeren vertrouwden dan de beteren, en de kleinsten vreesden, vermoedde hij dat Agrippina op deze manier de liefde van de soldaten voor zich wilde en makkelijk kon winnen.

20 Hij herinnerde ook dat zij het oproer onderdrukte en hij was verontwaardigd, dat ze haar zoon bij de legerkampen ronddroeg en hem Caesar Caligula wilde noemen. Daarom wilde Tiberius niet meer tijd verliezen, die Germanicus reeds aanspoorde in veelvuldige brieven, de gelegenheid om de triomftochten te houden voorbij te laten gaan.

25 Tenslotte drong hij fel op, opdat hij terugging naar Rome. En ook Germanicus, die reeds een nieuwe oorlog had beraamd, hield zich niet lange tijd op in GermaniŽ, hoewel hij zelf inzag dat hij door afgunst naar ItaliŽ werd geroepen.