Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 3

Hoofdstuk 38, startblok

Germanicus liet die centurio, die de adelaar van het 19e legioen had gevonden, bij zich brengen en zegt dit ongeveer: 'Ik wens je gelukkig met het terugbrengen/vinden van de adelaar, centurio, er wordt aan jou een grote beloning gegeven.' Terwijl hij de centurio bedankt, ging hij naar het Teutoburger woud met zijn leger. Germanicus overwoog bij zichzelf, nadat hij de resten gevonden had van de 3 legioenen van Varus: "Het blijkt dat de Germanen de onzen zonder enig medelijden gedood hebben. Ik zal niet meer medelijden hebben met die barbaren, dan zij medelijden gehad hebben met de onzen, wanneer de gelegenheid zich aanbiedt." Maar Tiberius riep Germanicus, omdat hij niet wilde dat hij langer in GermaniŽ bleef, terug naar Rome.