Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lingua Latina > Boek 3

Hoofdstuk 28, extra oefenblok: opdr. 2

MenelaŘs, geluks- en pechvogel

1 Vele mannen hadden hun best / moeite gedaan om met de bekende Helena, die de overige vrouwen in schoonheid overtrof, te trouwen.

2 Maar MenelaŘs, die koning van Sparta was, was het gelukt de gunst van Helena en haar vader voor zich te winnen. Daarom werd hem op zijn verzoek Helena ten huwelijk geschonken.

3 Maar toch verheugde hij er zich niet lang over dat hij gelukkig was / genoot hij niet lang van zijn geluk; Paris roofde/ontvoerde namelijk Helena en voerde haar na haar roof/schaking met zich weg/mee.

4 Tevergeefs eiste MenelaŘs, die door deze misdaad zeer hevig beledigd / diep gekrenkt was, dat zijn ontvoerde vrouw aan hem werd teruggegeven.

5 Daarom bracht MenelaŘs, om het ontvangen/geleden onrecht te bestraffen en zijn vrouw terug te halen, een grote vloot bijeen: geholpen door veel koningen voer hij naar Troje om met de Trojanen te strijden.

6 Het is bekend dat voor de door de goden gebouwde stadsmuren zeer hard werd gestreden / zwaar is gevochten.