Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lego

Hoofdstuk 2, Lied 1 t/m 11

1. Moge leven, Moge leven
de gezondheid van de onzen
Dit is de beker van liefde,
het tegengif van verdriet
Als er niets in de beker is,
wordt de beker reeds gevuld
Onze vriendschap verbindt ons
en wijn zal blijheid verschaffen
Ons leven is kort
en de dood is lang en bitter
Onze haters zullen omkomen
Onze vrienden zullen altijd bloeien
Reeds houdt de hele Universiteit
van ons met blijdschap

2. Laten we blij zijn
Zolang we jong zijn
Na een aangename jeugd
na een verwoestende ouderdom
zal de grond ons hebben
Waar zijn zij, die voor ons
op de wereld waren?
Begeeft jullie naar de hemel
en steek over naar de onderwereld
waar zij reeds waren
Het leven van ons is kort
en het zal in een korte tijd worden beėindigd
de dood komt snel
en zal ons gruwelijk meesleuren
niemand wordt gespaard
Leve de universiteit,
Leve de professoren
Leve elke student
Leve alle studenten
mogen zij immer bloeien
Leve alle meisjes,
gewillig en mooi
Leve ook de vrouwen
zacht, lieflijk
flink en hardwerkend
Leve ook de staat,
en wie hem bestuurt
leve onze samenleving
de vrijgevigheid van de begunstigers
die ons hier beschermt
Weg met de droefgeestigheid
weg met hen die ons haten
weg met de duivel
en met hen die het studentenleven kwaadgezind zijn
en met hen die ons uitlachen!

3. De tijd is prettig, meisjes
Wees nu blij, jullie jongelieden

o, o, ik bloei helemaal
[...]

4. Het adellijke bos bloeit
Bloemen en bladeren
Waar is mijn
oude vriend
Hij is hiervandaan gereden
Ach, wie houdt er nou van mij?
Het bos bloeit aan alle kanten
(de rest is in het duits, geen vertaling nodig)

5. Een lichte wind rijst op,
en de lauwe zon komt op
reeds opent de Aarde haar schoot
ze stroomt over van haar eigen lieflijkheid
De purperen lente komt tevoorschijn
en versiert de aarde
besprenkelt haar met bloemen
de bessen krijgen gouden loof
De viervoeters bouwen legers (= slaapplaats)
En vogels [bouwen] lieflijk nesten
in het bloeiende woud
en zingen met blijdschap

7. Er staat een meisje
in een rode tuniek
als ze zich beweegt
ritselt haar tuniek
Er staat een meisje
een bloempje als het ware
haar uiterlijk straalt
haar gelaat bloeit

8. Een jongen en een meisje
verbleven in een kamer
wat een gelukkige verbintenis is dat
een heimelijke liefde
evenzeer bij elkaar
nadat die hindernis is overwonnen
het werd een onbeschrijflijk spel
met de penis, de lippen en de armen

9. In de weifelende handen van mijn gevoelens
strijden begerige liefde
en kuisheid met elkaar
maar ik kies wat ik zie
buig mijn nek onder het juk
ga zo onder het zoete juk door

10. Liefste (mannelijk), ik geef me totaal aan jou.
(als liefste vrouwelijk was geweest, had er "Dulcissima" gestaan)

11. Zover is het met mij, ongelukkige, gekomen
Ik heb de goede zaak verborgen
en van het slimme gehouden
Mijn situatie staat mij eindelijk toe
want mijn buik zwelt op,
de bevalling nadert serieus
Daarom slaat mijn moeder me,
daarom maakt mijn vader verwijten
en beide behandelen me ruw
Alleen zit ik in mijn kamer
buiten hoor ik niks
en openlijk speel ik niet
Toen ging ik door de deuren naar buiten
en ik word door allen bekeken
alsof ik een monster zou zijn
Toen zij mijn baarmoeder zagen,
stootte de een de ander aan
zwijgend, terwijl ze me voorbijgaan
Dikwijls stoten ze me aan met de elleboog
ze wijzen naar me met hun vingers
alsof een wonder plaats vond
met een knik van het hoofd wijzen ze naar me
ze vinden mij de brandstapel waardig
omdat ik een keer een misdaad heb begaan
wat zal ik hen stuk voor stuk zeggen?
Ik ga over de tong
en allen [...]
Ten gevolge daarvan staat de man mij toe
reeds met pijn zal ik sterven
dikwijls ben ik in tranen
namelijk dat verhoogt de verdriet
omdat mijn vriendje in het buitenland is
wegens dat kleinigheidje
wegens de woede van mijn vader
vertrok hij naar Frankrijk
aan het einde van de wereld
ik ben in droefheid
van jouw afwezigheid
tijdens het toppunt van verdriet