Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lego

Hoofdstuk 14, tekst 15: Een astma-aanval: een voorbereiding op de dood

Seneca begroet zijn Lucilius. Slechte gezondheid had mij een lang verlof gegeven, plotseling viel hij bij mij binnen. Van welke soort? zeg jij. Dat vraag je geheel terecht: zozeer is geen enkele soort ziekte mij bekend. Aan één ziekte ben ik echter als het ware toegewezen, waarvan ik niet weet waarom ik van hem de Griekse naam moet noemen; Hij kan immers geschikt genoeg kortademigheid genoemd worden. De aanval is (echter) zeer kort en gelijk aan een stormvlaag; binnen een uur houdt hij meestal op: want wie blaast lange tijd de laatste adem uit?
Alle ongemakken of gevaren van het lichaam zijn door mij heen getrokken: maar geen enkele schrijnt mij lastiger. Waarom niet? Want al het andere, wat het ook is, betekend ziek zijn, maar dit is de adem uitblazen. Dus noemen de dokters dit de voorbereiding op de dood; want die ademhaling doet eens wat hij vaak geprobeerd heeft. Denk jij dat ik dit vrolijk aan jou schrijf, omdat ik ontsnapt bent? Ik doe net zo belachelijk als ik me verheug over deze afloop, als over een goede gezondheid, als iedereen die meent dat hij gewonnen heeft als hij zijn rechtszaak heeft uitgesteld.

Seneca spreekt zichzelf geruststellend toe:
Ik ben echter ook middenin de benauwdheid niet opgehouden tot rust te komen met blijde gedachten. Wat is dit? zeg ik, test de dood mij zo vaak? Laat hij dat dan maar doen, ik heb hem al lang ervaren. Wanneer dan, zeg jij? Voordat ik geboren werd. De dood betekent: er niet zijn. Ik weet al, hoe dit is: dit zal na mij zijn, wat voor mij is geweest. Als er iets van kwelling in deze zaak is, is het noodzakelijk dat die ook geweest was/ dan moet hij er ook geweest zijn, voordat wij naar voren traden in het levenslicht; maar wij hebben toen toch geen enkele kwelling gevoeld. Ik vraag: zou jij hem niet het stomst noemen, als iemand zou menen dat de fakkel slechter is, wanneer zij uitgedoofd is, dan voordat zij in brand wordt gestoken? Ook wij worden en uitgedoofd en in brand gestoken in de tijd daartussen laten wij iets toe, de rust is aan beide kanten echter diep.
(...)

De astma-aanval neemt af:
Door deze en dergelijke aansporingen (stille aansporing, want voor woorden was er geen gelegenheid) ben ik niet opgehouden mezelf toe te spreken, daarna maakte de kortademigheid, die al was begonnen gehijg te zijn, grotere tussenruimte en vertraagde en bleef achterwegen. En hoewel hij is opgehouden, de ademhaling stroomt nog niet op natuurlijke wijze; ik voel een enige aarzeling daarin en vertraging. Hoe hij ook maar zou willen, als ik maar niet geestelijk kortademig ben.

Geen angst voor de dood:
Ontvang voor jou dit van mij: ik zal niet bang zijn in mijn laatste tijden/ogenblikken, ik ben al voorbereid ik denk helemaal niet na over een dag in zijn geheel. Prijs jij en volg jij degene na die het geen verdriet doet om te sterven, hoewel het hem genoegen doet te leven, want wat is het voor moed/deugd weg te gaan wanneer je er uitgegooid wordt? Toch is ook hier moed/deugd: ik word er weliswaar uitgegooid, maar op een manier alsof ik er zelf uitga. En daarom wordt de wijze er nooit uitgegooid, omdat eruit gegooid worden betekend daarvandaan verdreven worden, waarvandaan je tegen je zin weggaat: een wijze doet niets tegen zijn zin. Hij ontsnapt aan de noodzaak, omdat hij datgene wil waartoe zij hem zal dwingen.
Gegroet.