Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Latijn

Het Passief

Een werkwoord heeft naast een actieve vorm ook een passieve vorm. Die passieve vorm wordt gebruikt als het <i>subject</i> niet degene is die het <i>gezegde</i> uitvoert.<br/><br/> Voorbeelden actief:<br/><br/> <ul> <li><i>Pater puerum castigat.</i>: De vader slaat de jongen.</li> <li><i>Servus templum videt.</i>: De slaaf ziet de tempel.</li> <li><i>Imperator bellum agit.</i>: De keizer voert de oorlog.</li> </ul><br/> De zinnen worden als volgt vervormd tot het passief:<br/><br/> <ul> <li<i>Puer a patre castigatur.</i>: De jongen wordt door de vader geslagen.</li> <li><i>Templum servo videtur.</i>: De tempel wordt door de slaaf gezien.</li> <li><i>Bellum ab imperatore agitur.</i>: De oorlog wordt door de keizer gevoerd.</li> </ul><br/> Een passief werkwoord vorm je (in het praesens) met de praesensstam + de persoonsuitgangen van het passief.<br/> De handelende persoon wordt gevormd door het voorzetsel <i>a</i> (of <i>ab</i>) en de persoon in de <i>ablativus</i>.<br/><br/> <ul> <li><i>a patre</i> Door de vader</li> <li><i>a matre</i> Door de moeder</li> <li><i>a cane</i> Door de hond</li> </ul><br/> De uitgangen van het passief staan hieronder.<br/><br/> <table style="border: 1px solid #000000" border="0" cellspacing="10"> <tr><td></td><td><i>A-stam</i></td><td><i>E-stam</i></td><td><i>I-stam</i></td><td><i>MK-stam</i></td></tr> <tr><td><i>Ego</i></td><td>voc<b>or</b></td><td>vide<b>or</b></td><td>audi<b>or</b></td><td>perd<b>or</b></td></tr> <tr><td><i>Tu</i></td><td>voca<b>ris</b></td><td>vide<b>ris</b></td><td>audi<b>ris</b></td><td>perde<b>ris</b></td></tr> <tr><td><i>Is</i></td><td>voca<b>tur</b></td><td>vide<b>tur</b></td><td>audi<b>tur</b></td><td>perdi<b>tur</b></td></tr> <tr><td><i>Nos</i></td><td>voca<b>mur</b></td><td>vide<b>mur</b></td><td>audi<b>mur</b></td><td>perdi<b>mur</b></td></tr> <tr><td><i>Vos</i></td><td>voca<b>mini</b></td><td>vide<b>mini</b></td><td>audi<b>mini</b></td><td>perdi<b>mini</b></td></tr> <tr><td><i>Ei</i></td><td>voca<b>ntur</b></td><td>vide<b>ntur</b></td><td>audi<b>untur</b></td><td>perdu<b>ntur</b></td></tr> </table><br/> De infinitivi: vocar<b>i</b>, tener<b>i</b>, audir<b>i</b>, perd<b>i</b>, cap<b>i</b><br/><br/> Bovendien heb je ook deponentia, werkwoorden die alleen een passief hebben, maar toch een actieve vertaling hebben, zoals loquor, orior, vereor. Het participium dient actief te worden vertaald. Marcus bekijkt vele meisjes: <i>Marcus multas puellas spectat</i>.<br/> Vele meisjes worden door Marcus bekeken: <i>Multae puellae a Marco spectantur</i>.<br/>