Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Kosmos > Oude druk

Hoofdstuk 1, tekst D: oefeningen

A 1 Het word dan een ω
2 Dan word de ζ een σ

B 2a n misdadiger
2b de mond van de jongen

C 1a ημων is een genitivus, omdat het ακουω+ genitivus is
1b van het woord ημεις (wij)

D 2a Als naamwoordelijk deel van het gezegde
2bAls naamwoordelijk deel van het gezegde
2c Als een bijvoeglijke bepaling
3a In de nominativus
3b Het bijvoeglijke naamwoord is altijd in dezelfde naamval als het woord waar het bij hoort
3c Bij de eerste twee is hetnaamwoordelijk deel van het gezegde, dus nominativus, bij de laatste is het een dativus, een bijwoordelijke bepaling. (waar word de jongen verborgen? In de zak van leer.)
3d bij μετα krijg je een accusativus, in dit geval χρονον, en hetbijvoeglijke naamwoord (ολιγος) heeft altijd dezelfde naamval als het woord waar het bij hoort, ook een accusativus.
3e την αδελφην κορην