Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Homeros

Ilias I, 1-42

Bezing de wrok, godin, de rampzalige wrok van Achilles, zoon van Peleus, die de Grieken oneindig veel leed heeft bezorgd, vele zielen van krachtige, Griekse helden naar Hades heeft gestuurd en die hun lijken tot prooien voor de honden maakte en tot maaltijden voor de vogels; de wil van Zeus werd voltrokken.
Begin te zingen precies vanaf het moment dat de zoon van Atreus, leider van de manschappen, en de schitterende Achilles, ruzie kregen na een twist.
Wie dan toch van de goden heeft hen samengebracht, zodat ze gingen ruziėn? Het was de zoon van Zeus en Leto. Want deze had, nadat hij boos was geworden op de koning, een ziekte verspreid over heel het legerkamp. De manschappen stierven en stierven… omdat Agamemnon zijn priester Chryses beledigd had. Want die laatste was gekomen naar de snelle Griekse schepen om zijn dochter te bevrijden, terwijl hij een onmetelijke losprijs met zich meebracht, met in zijn handen een hoofddoek van de van ver treffende Apollo, gewikkeld rond een gouden scepter.
Hij smeekte alle Grieken – in het bijzonder de beide zonen van Atreus, leiders van de manschappen:
“Zonen van Atreus en alle andere goed bewapende Grieken, moge de goden die de Olymposberg bewonen aan jullie geven de stad van Koning Priamos volledig te verwoesten, en een behouden thuiskomst. Maar geef dan alstublieft mijn geliefde dochter terug: aanvaard deze losprijs, terwijl jullie eerbied hebben voor de zoon van Zeus, de van ver treffende Apollo.”
Op dat moment gaven alle andere Grieken instemmend te kenen de priester met respect te bejegenen en de schitterende losprijs te ontvangen. Maar dat was niet naar de zin van de zoon van Atreus, Agamemnon. Integendeel, hij stuurde hem onbeschoft weg, terwijl hij er de volgende barse woorden aan toevoegde:
“Laat ik jou, ouwe vent, hier nooit meer ontmoeten, hetzij je nu hier rondtalmt, of je nu later opnieuw hierheen komt, want ik vrees dat dan je scepter en de hoofddoek van Apollo je geen voordeel meer zullen verschaffen. Maar haar zal ik niet vrijlaten: ze zal eerder oud worden in mijn paleis, in Mycene, ver weg van haar vaderland, terwijl ze het weefgetouw bedient en met mij de lakens deelt.”
Zo sprak hij, en de oude man was bang en gehoorzaamde zijn bevel. Hij ging zwijgend langs het strand van de luidbruisende zee.
Vervolgens, terwijl hij ver weg ging, bad de oude man vurig tot zijn meester Apollo, de zoon van de schoonlokkige Leto:
“Aanhoor mij, zilverbogige, gij die de beschermheer zijt van Chrysa en van het hoogheilige Killa, en gij die machtig heerst over Tenedos. Muizenverdelger, als ik ooit voor u een mooie tempel heb gebouwd, of als ik ooit inderdaad vette schenkelbeenderen van stieren of ven geiten heb geofferd, vervul dan mijn wens: laat ze boeten, die Grieken, voor mijn tranen met uw pijlen!”