Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Homeros

Homeros, Ilias I, 32-52

Toen hij dat hoorde, kreeg de oude man schrik en gehoorzaamde hij aan zijn woord, hij ging tegen zijn zin weg langs het strand van de luidbruisende zee.
Toen hij ver weg was gegaan, bad de oude man vurig tot de heersend Apollo, de zoon van de schoonlokkige Leto.
"Aanhoor mij, god met je zilveren boog, beschermheer van Chrysč en het hoogheilige Killa, die met macht heerst over Tenedos, Smintheus. Indien ik ooit een tempel gebouwd heb om u genoegen te doen of indien ik ooit vette schenkelbeenderen van stieren of geiten voor u verbrand heb, vervul dan mijn wens: Laat de Achaeėrs boeten voor mijn tranen met uw pijlen."
Zo sprak hij in zijn gebed, Foibos Apollo aanhoorde hem: Hij ging naar beneden van de toppen van de Olympos, terwijl hij boos was (in zijn hart), met over zijn schouders een aan beide zijden gesloten pijlenkoker. Hoort de pijlen rammelen op de schouders van de boze god, terwijl hij zich bewoog: hij ging gelijkend op de nacht.
Daarna zette hij zich verweg van de schepen neer en zond een pijl in hun midden: een vreselijk geluid weerklonk uit de zilveren boog. Muilezels en snelle honden viel hij het eerst aan, daarna echter zond hij scherpe pijlen naar hen en trof voortdurend: altijd brandden de brandstapels met lijken in groten getale.