Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 8, tekst 8B: Slangen als wapen

1 Nadat hij zijn bezittingen zo in veiligheid had gebracht, kwam de PuniŽr na alle Kretenzers voor de gek te hebben gehouden bij Prusias in Pontus. Bij hem was hij van dezelfde gezindheid jegens ItaliŽ en hij deed niet anders dan dat hij de koning bewapende en trainde tegen de Romeinen. Toen hij zag dat deze met zijn eigen middelen minder sterk was, probeerde hij de andere koningen voor zich te winnen en oorlogszuchtige volkeren aan zich te binden. Koning Eumenes van Pergamum was in onmin met hem, 5 die zeer bevriend was met de Romeinen, en tussen hen werd te land en ter zee oorlog gevoerd. Maar op beide terreinen was Eumenes sterker vanwege zijn bondgenootschap met de Romeinen. Des te meer verlangde Hannibal dat hij werd overweldigd.
Als hij deze uit de weg had geruimd, meende hij dat het overige gemakkelijker voor hem zou zijn. Om hem te doden voerde hij een dergelijk plan uit. Ze stonden op het punt met de vloot binnen enkele dagen een beslissende slag te leveren. Hij werd overtroffen door het aantal schepen: er moest met list worden gevochten, omdat hij niet gelijk was met wapens. Hij beval zoveel mogelijk levende gifslangen te verzamelen en deze in aardewerken potten te stoppen. 10 Toen hij een groot aantal hiervan had bijeengebracht, riep hij op de dag zelf, waarop hij de zeeslag zou uitvoeren, de zeesoldaten bijeen en droeg ze op om allemaal het ene schip van koning Eumenes aan te vallen, (en) er tevreden mee te zijn zich slechts tegen de anderen te verdedigen. Dat ze dit makkelijk zouden bereiken door de hoeveelheid slangen. Dat hij echter ervoor zou zorgen dat ze wisten op welk schip de koning voer. Hij beloofde hen dat als ze hem ofwel zouden gevangen nemen ofwel zouden doden, een grote beloning zouden krijgen.