Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 8, tekst 8A: De hebzucht van de Kretenzers

1 Nadat Antiochus op de vlucht was gejaagd, vrezend dat hij zou worden uitgeleverd, wat ongetwijfeld zou zijn gebeurd als hij gelegenheid had gegeven om hem gevangen te nemen, ging hij naar Kreta, naar de GortyniŽrs, om daar te overleggen waarheen hij zich moest begeven. De allerslimste man zag echter dat hij in groot gevaar zou verkeren als hij geen voorzorgsmaatregelen zou nemen, vanwege de hebzucht van de Kretenzers, hij droeg immers een grote hoeveelheid geld bij zich, waarover - wist hij - een gerucht was uitgegaan/zich had verspreid. Dus nam hij een dergelijk besluit/plan. Hij vulde verscheidene amforen 5 met lood, van boven bedekte hij ze met goud en zilver. Deze stelde hij, in het bijzijn van de leiders op in de tempel van Diana, veinzend dat hij zijn bezittingen toevertrouwde aan hun (goede) trouw. Nadat dezen om de tuin waren geleid, vulde hij de bronzen beelden die hij bij zich droeg, met al zijn geld en zette ze thuis achteloos neer in de open lucht. De GortyniŽrs bewaakten de tempel met grote zorg, niet zozeer tegen de anderen, als wel tegen Hannibal, om te voorkomen dat hij, zonder dat zij het wisten, het geld zou weghalen en met zich mee zou nemen.