Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 6, tekst 4A: Een eerbare vrouw

Een zekere mevrouw te Ephese was van zo'n bekende kuisheid, dat zij ook vrouwen van de naburige volkeren verleidde om haar te bekijken. Welnu, toen deze haar man begroef, was zij niet tevreden met de algemene gewoonte de lijkstoet met loshangende haren te begeleiden of haar ontbloot bovenlijf voor de ogen van de menigte te staan, maar zij volgde de overledene zelfs de grafkamer in en zij begon het op een Griekse manier het in een grafkamer geplaatste lichaam hele dagen en nachten te bewaken en te bewenen. Toen zij zich zo pijnigde en zocht naar de dood door niet te eten, konden haar ouders haar niet weghalen en ook haar familieleden niet, de magistraten gingen tenslotte afgewezen weg, en de door iedereen beweende vrouw van uitzonderlijk voorbeeld bracht al de vijfde dag zonder voedsel door. Een zeer trouwe slavin stond haar terzijde, en zij huilde tegelijkertijd met de vrouw die in diepe rouw gedompeld was en zo vaak als het in het grafmonument geplaatste lampje was opgeraakt, voegde zij nieuwe olie toe. En verhaal was dus in de hele stad: van alle rangen en standen erkenden de mensen dat slechts dit werkelijk een lichtend voorbeeld van echte kuisheid en liefde was, toen ondertussen de gouverneur van de provincie beval bandieten vlak achter die grafkamer aan het kruis te slaan, waarin de mevrouw het pas begraven lijk beweende.