Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 6, tekst 2A

Dus nadat zij hem alle wijsheden en goede gezondheid wensten, keek Trimalchio om naar Niceros en hij zei: jij had de gewoonte aangenaam te zijn in de omgang; ik weet niet waarom je nu zwijgt, en geen kik geeft. Ik smeek je, doe me een plezier, vertel me dat wat jou overkomen is. Nadat Niceros blij was met de vriendelijkheid van zín vriend, zei hij: laat alle winst aan mín neus voorbijgaan, behalve als ik lange tijd van vreugde uiteenspring, omdat ik jou in zoín welstand zie. Dus laat er louter vrolijkheid zijn, hoewel ik vrees voor de geleerde heren dat ze om me lachen. Dat moeten ze zelf maar weten; toch zal ik het vertellen; want wat ontneemt diegene die lacht mij? Het is beter om toegelachen te worden, dan uitgelachen. Zodra hij deze woorden zei begon hij zo'n verhaal.