Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 3, tekst 2D: De Gallische maatschappij

Men neemt aan dat de leer in BrittaniŽ is uitgevonden en vandaar naar GalliŽ is overgebracht, en nu vertrekken diegenen die die zaak nauwkeuriger willen leren kennen, meestal daar heen, om die te leren kennen.

De druÔden zijn gewoon zich verre te houden van de oorlog en ook betalen ze geen belastingen samen met de andere. Ze hebben vrijstelling van militaire dienst en vrijdom van allerlei zaken. Aangelokt door zulke grote voorrechten komen velen uit eigen beweging in de leer bij hen en velen worden door hun ouders en verwanten gezonden. Er wordt van hen gezegd dat ze daar een groot aantal verzen uit het hoofd leren en daarom blijven sommigen ieder twintig jaar bij hen in de leer. En zij denken dat het niet geoorloofd is om die dingen aan het schrift toe te vertrouwen. Hoewel ze meestal bij de overige zaken, namelijk publieke en particuliere aangelegenheden, Griekse letters gebruiken. Het lijkt me dat ze dit om twee redenen hebben ingesteld, omdat ze niet wilden dat het onder het gewone volk werd verspreid en ook niet dat diegenen die in de leer zijn, omdat ze vertrouwen op het schrift, zich minder toeleggen op het geheugen. Iets wat in de regel de meesten overkomt, namelijk dat ze door de hulp van het schrift hun nauwkeurigheid van buiten leren en hun geheugen laten verslappen.