Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 1, tekst 2C: Het paradijs (2.8-17)

De Heer God had echter het paradijs van Eden in het oosten geplant;waarin hij de
mens die hij gemaakt had plaatste. En de Heer God liet uit de aarde alle bomen
groeien, mooi om te zien en lekker om van te eten; ook de boom van het leven in
het midden van het paradijs en de boom van het inzicht in goed en kwaad. En de
rivier kwam uit de plaats van Eden om het paradijs te bevloeien, die daarna
verdeeld word in vier armen. De naam van de eerste is Phison; en deze is het die
stroomt rondom het hele land Evilat, waar het goed ontstaat; en het goud van dat
land is heel goed; en daar wordt geurige hars en de steen van de Onyx gevonden.
En de naam van de tweede rivier is Geon; en deze stroomt om het hele land
Ethiopi√. De naam van de derde rivier echter is Tigris, deze stroomt ten oosten
van de Assyri√rs. De vierde rivier echter, is de Eufraat. Dus nam Heer God de
mens en hij plaatste hem in de tuin van Eden, opdat hij het bewaakte en
bewerkte. En hij beval hem zeggend; Eet van alle bomen van het paradijs; je mag echtere niet eten van de boom van inzicht in
goed en kwaad, op welke dag ook maar echter jij ervan gegeten zult hebben, zul
jij door de dood sterven.