Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 14, tekst B-1B: Groenten en vruchten zijn niet voor dieren bestemd (156-157)

1 Schijnt de aarde nu, vol (van) vruchten en verschillende soorten groenten, wat zij met een zeer grote gulheid schenkt, terwille van de beesten of van de mensen voort te brengen? Wat moet ik over de wijnranken en olijfboomgaarden zeggen, waarvan de zeer overvloedige en rijke vruchten totaal geen nut hebben voor de beesten? Immers noch om te zaaien of te bebouwen of op tijd de vruchten te plukken en te oogsten noch om ze op te bergen en in voorraad te nemen is er bij vee enige kennis 5 en van al die dingen ligt /is/ het gebruik Ún de zorg bij de mensen!
Zoals men dus moet zeggen, dat snaarinstrumenten en fluiten terwille van hen zijn gemaakt, die ze kunnen gebruiken, zo moet men toegeven dat dat wat ik genoemd heb alleen voor hen is geschapen, die (ze) gebruiken en als bepaalde beesten iets daarvan stelen of roven, zullen wij niet zeggen dat die dingen ook terwille van hen geschapen zijn. Want mensen bergen immers graan niet terwille van muizen of mieren op, maar terwille van echtgenotes, kinderen en hun personeel; dus dieren genieten daar, zoals ik gezegd heb, heimelijk van, de heren (des huizes) openlijk en vrijelijk.