Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 14, tekst A-2B: De inhoud van de brief (12)

1 Maar Volturcius liet plotseling de brief naar voren brengen en openen, waarvan hij zei dat die door Lentulus aan hem voor Catilina gegeven was. En daar erkende Lentulus, hoewel hij heel ernstig opgewonden was, toch het zegel Ún het handschrift als het zijne. Nu was de brief anoniem, maar (luidde) als volgt: 'Wie ik ben zul je horen van hem, die ik naar je toegezonden heb. Zorg ervoor dat je een echte kerel bent en denk eraan hoever je (al) opgeschoten bent. Zie wat voor jou nog noodzakelijk is en zorg ervoor dat je de hulp van allen aan je 5 verbindt, zelfs van de geringsten.'
Toen vervolgens Gabinius binnengeleid was, heeft hij, hoewel hij eerst brutaal begon te antwoorden, tenslotte niets van die dingen, waarvan de GalliŰrs (hem) beschuldigden, ontkend!