Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 12, tekst 6D

1 Winter veroorzaakt kou: er moet kou geleden worden. De zomer brengt weer warmte: er moet hitte verdragen worden. Extreme weersomstandigheden stellen de gezondheid op de proef: men moet ziek zijn. Zowel een wild dier zal ons op een of andere plaats tegemoet komen als een mens (zal ons tegemoet komen), (die) verderfelijker (is) dan alle wilde dieren. Het water zal het ene, het vuur zal het andere ontnemen. Wij kunnen deze omstandigheden niet veranderen; dit kunnen we (wel): ons een geest die groot is, een goed man waardig, eigen maken, om daarmee dapper de slagen van het lot te verdragen en
5 ons te schikken naar de natuur.
De natuur echter bestuurt dit rijk, dat je ziet, met wisselingen: heldere luchten volgen op bewolking; zeeŽn worden omgewoeld, wanneer ze tot rust zijn gekomen; winden waaien beurtelings; dag volgt de nacht; een deel van de hemel komt op, een deel gaat onder: eeuwigheid berust op tegenstellingen.
Onze geest moet aangepast worden aan deze wet; laat zij deze volgen, laat zij deze gehoorzamen en laat zij van alles wat gebeurt,
10 menen dat het moet gebeuren en laat zij de natuur geen verwijten willen maken. Het beste is om te ondergaan, wat jij niet kunt verbeteren, en de god, door wiens wil alles plaatsvindt, zonder gemopper te vergezellen: een slechte soldaat is hij die zijn bevelhebber zuchtend volgt.