Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 11, tekst 4J: Na afschaffing van de wet zullen de vrouwen geen maat meer weten

1 Willen jullie deze rivaliteit bij jullie vrouwen opwekken, burgers van Rome, zodat de rijken dit willen hebben wat geen andere vrouw kan (hebben), en de armen zich buiten hun krachten inspannen om niet juist hierom geminacht te worden? Ik verzeker u, zodra ze zich beginnen te schamen waarvoor ze zich niet horen te schamen, zullen zij zich niet schamen waarvoor zij zich moeten schamen. Dat wat zíj uit haar eigen bezit kan verwerven, zal zij verwerven, (maar) wat zij niet kan (verwerven) zal zij haar man vragen. Die arme man, zowel hij die zich zal laten ompraten als hij die die zich niet zal laten ompraten, wanneer hij zal zien dat wat hij zelf niet zal hebben gegeven,
5 door een ander is gegeven. Nu al vragen ze allerwege andermans mannen en, wat belangrijker is, zij vragen een wet en stemmen en krijgen dat gedaan van sommigen. Ten nadele van uzelf en uw zaak/belang en uw kinderen bent u gemakkelijk om te praten. Zodra als de wet zal zijn opgehouden de uitgaven van uw vrouw in te perken, zult ú dat nooit doen.
Denkt niet dat de situatie nét zo zal zijn zoals ze was voordat de wet hierover werd ingesteld. Ook is het veiliger dat een slecht man niet wordt aangeklaagd dan dat hij wordt vrijgesproken en verspilling waartegen niet is opgetreden zou beter te verdragen zijn dan hij nu zal zijn, door de boeien zelf, zoals wilde dieren,
10 agressief gemaakt, (en) vervolgens vrijgelaten. Ik ben van oordeel dat de wet van Oppius op geen enkele manier moet worden afgeschaft. Wat jullie zullen doen/gedaan hebben, ik zou willen dat alle goden (het) zegenen.