Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 10, tekst 5A: Catilina formeert zijn troepen (56)

1 Terwijl dit in Rome gebeurde, stelde Catilina uit de hele menigte, die hij had meegenomen en Manlius had gehad, twee legioenen samen, (en) vulde de cohorten in verhouding met het aantal soldaten. Daarna, zodra ieder als vrijwilliger of van de medestanders in het legerkamp was gekomen, had hij ze evenwichtig verdeeld, en in korte tijd had hij de legioenen met het (juiste) aantal mannen voltallig gemaakt, hoewel hij in het begin niet meer dan 2000 (man) had gehad. Maar van de hele menigte was ongeveer een vierde deel voorzien van militaire 5 wapens. De anderen droegen, zoals het lot ieder had bewapend, jachtsperen of lansen, sommigen van voren gepunte palen. Maar toen Antonius met een leger naderde, maakte Catilina een tocht door de bergen, nu eens brak hij zijn kamp op naar Rome, dan weer in de richting van GalliŽ, (en) gaf de vijand geen gelegenheid om te vechten. Hij hoopte dat hij heel spoedig grote troepen zou hebben, als de samenzweerders in Rome de plannen hadden uitgevoerd. Ondertussen weigerde hij slaven, waarvan in het begin grote groepen bij hem samenstroomden, omdat hij vertrouwde op de macht van de samenzwering, tegelijkertijd 10 menend dat her niet bij zijn plannen paste om de indruk te wekken dat hij de zaak van de burgers had vereenzelvigd met die van weggelopen slaven.