Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 10, tekst 4D: Cicero laat de leiders van de samenzwering naar de senaatsvergadering komen (46)

1 Toen deze zaken volbracht waren/dit was gebeurd, werd alles haastig door bodes aan de consul gemeld. Maar geweldige zorg en vreugde namen hem tegelijkertijd in beslag. Want hij was blij omdat hij begreep dat de staat aan gevaren was ontsnapt nu de samenzwering was ontdekt. Verder echter was hij bezorgd omdat hij zich aarzelend afvroeg wat hij moest doen nu zo belangrijke burgers betrapt waren bij een zeer grote misdaad. Hij geloofde dat hun straf hem tot last zou zijn, (maar) straffeloosheid zou leiden tot de ondergang van de staat. Dus beval hij, 5 na moed gevat te hebben, dat Lentulus, Cethegus, Statilus (en) Gabinius bij hem werden geroepen en eveneens Caeparius uit Terracina, die voorbereidingen trof naar ApuliŽ te vertrekken om de slaven tot oproer te brengen. De anderen kwamen onverwijld. Caeparius, die kort daarvoor van huis was weggegaan, was de stad uitgevlucht toen hij de aangifte had vernomen. De consul leidde Lentulus, omdat hij pretor was, zelf met de hand vasthoudend/bij de hand houdend naar de senaat, de anderen beval hij met de bewakers naar de tempel van Concordia te komen. Daarheen riep hij de senaat bijeen en bij een grote opkomst van deze stand leidde hij Volturcius met de gezanten naar binnen, 10 pretor Flaccus beval hij het kistje met de brief, die hij van de gezanten had ontvangen, naar dezelfde plaats te brengen.