Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 10, tekst 1A: Het karakter van Lucius Sergius Catilina (5)

1 Lucius Catilina, geboren uit een aanzienlijk geslacht, had een grote kracht naar lichaam en geest, maar een slecht en verdorven karakter. Hem zijn van jongs af aan binnenlandse oorlogen, moordpartijen, rooftochten en onenigheid onder de burgers aangenaam geweest en daarin heeft hij zich tijdens zijn jonge jaren getraind. Zijn lichaam was bestand tegen niet eten, koude, gebrek aan slaap, meer dan voor iemand te geloven is.
Zijn geest was vermetel, arglistig en flexibel, in elke willekeurige zaak simulant of komediant, belust op het bezit van een ander, kwistig met zijn eigen bezit, hartstochtelijk in 5 zijn begeerten; hij bezat voldoende welsprekendheid, maar aan wijsheid te weinig. Zijn niet te verzadigen geest begeerde altijd (al) het mateloze, ongelofelijke, het te hoge.
Hem was na de dictatuur van Lucius Sulla een machtig verlangen bekropen om de macht te grijpen en hij achtte het niet van belang op welke manier hij dit zou bereiken, mits/als hij maar voor zichzelf de heerschappij zou verwerven.
Nu werd zijn felle/arrogante geest met de dag meer en meer opgejaagd door gebrek aan familiekapitaal en door zijn medeplichtigheid aan misdaden - welke beide dingen/dingen, die hij beide had vergroot door de eigenschappen, die ik hierboven heb vermeld.
Bovendien vormden de verdorven zeden van de burgers een stimulans, die door de ergste en 10 aan elkaar tegengestelde kwalen, namelijk weeldezucht en inhaligheid, werden geteisterd.