Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 2 nieuwe druk

Hoofdstuk 23, tekst A: taaloefening B en C

B
1. Wat willen jullie?
2. Wat zie je op het forum?
3. Welk kledingsstuk wil je kopen?
4. Ieder weet dat je bedroefd bent.
5. Hij ontkende dat hij aan iemand plannen heeft verraden.
6. Wiens begrafenis was zo mooi?
7. Door wie is Caesar gedood?
8. Ik wil niet dat iemand me dar ziet.
9. Wie is de vrouw?
10. Aan wie heb jij dit bevolen?
11. Nauwelijks iemand wilde hem helpen.
12. Hij ontkent dat hij enige slaaf de vrijheid heeft beloofd.

C
1. Aan wie geef jij zoveel geld?
2. Omdat de poorten afgesloten waren konden wij de stad niet ingaan.
3. Van wie is de moed zo groot?
4. Wat willen jullie? Zeg het mij.
5. Welke misdaden zijn door hem gedaan?
6. Door wiens dood is Agrippina ongelukkig?
7. Welke jongeman werd meer geliefd door de romeinen?
8. Bij wie ontbraken de tranen, toen hij hoorde dat Germanicus gestorven was?
9. Geef aan ieder het zijne.
10. Terwijl een menigte van treurenden de daken en muren vulde kwam Agrippina aan.
11. Wie heeft meer huizen dan de keizer?
12. Welke slaven zijn in groot gevaar gebracht?
13. Ieder smeekte de goden om germanicus aan hem terug te geven.
14. Wie verwondde jouw gezicht met een zwaard?