Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 2 nieuwe druk

Hoofdstuk 22, tekst A: Liefde voor de keizer (versie 2)

Nadat Octavianus de naam Augustus had gekregen, werd er in dezelfde nacht door de goden een groot teken gegeven. De Tiber immers overstroomde alle laaggelegen delen van de stad zo, dat ze bevaarbaar waren. Toen de rivier Rome onder water zette, zeiden de waarzeggers dat Caesar Augustus werd verhoogd in macht en de hoogste macht in de stad had. Daarna begonnen de senatoren te wedijveren, om Augustus te vleien. Terwijl de senatoren in onderdanigheid wedijverden, overtrof een zekere volkstribuun, Apudius genaamd, de overigen. In de senaat immers wijdde hij, volgens de gewoonte van de Spanjaarden, zijn leven aan de keizer en hij overtuigde de anderen om hetzelfde te doen. De Spanjaarden hebben immers de gewoonte hun leven te wijden aan hun aanvoerder. Als hun aanvoerder in een gevecht is gedood doden zij zichzelf ook. Toen Augustus zich verzette rende Apudius uit het senaatsgebouw naar buiten, het forum op. Daar dwong hij de menigte hun leven aan Caesar Augustus toe te wijden. Daarna beval hij, terwijl hij door alle straten en alle stegen rende, overal de mensen hetzelfde te doen. Vanaf dat moment hadden de Romeinen de gewoonte, als ze de keizer toespraken, te zeggen: “Wij wijden ons aan u.” Op zo’n manier stortten in Rome de senatoren en ridders zich voor het eerst in slavernij.