Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 1 nieuwe druk

Hoofdstuk 14, tekst B: Taaloefeningen (blz. 137 werkboek)

A.
1. addere - toevoegen
2. tremuisse - te hebben getrild
3. vixisse - te hebben geleefd
4. attulisse - te hebben meegenomen
5. perduxisse - te hebben doorgebracht
6. expulisse - te hebben verdreven
7. tradidisse - te hebben overgegeven
8. voluisse - te hebben gewild
9. tetigisse - te hebben aangeraakt
10.coëgisse (2x) - te hebben gedwongen, te hebben bijeengebracht
11. nolle - niet willen
12. cognovisse - te hebben vernomen
13. accidere - gebeuren
14. afuisse - afwezig te zijn geweest
15. tulisse - te hebben gedragen
16. accipere - vernemen
17. stetisse - te hebben gestaan
18. pervenisse - te zijn aangekomen
19. respondisse - te hebben geantwoord
20. scivisse - te hebben geweten
21. rapuisse - te hebben gegrepen
22. dixisse - te hebben gezegd
23. sustulisse - te hebben optetild
24. convenire - samen te komen
25. posse - kunnen
26. gessisse - te hebben gedragen

B.
1. Zij willen niet dat de Galliërs naar de stad kijken.
2. Wie van ons wil niet dat allen in vrede leven?
3. Hij zegt dat de burgers de bode doden.
4. Hij zegt dat de burgers de bode hebben gedood.
5. Hij zei dat de burgers de bode doodden.
6. Hij zei dat de burgers de bode hadden gedood.
7. Ik meen niet dat de vijand me daar heeft bekeken.
8. Wij weten dat de Romeinen veel oorlogen hebben gevoerd.
9. Ik zei dat het besluit van de consul me niet had bevallen.
10. Het was noodzakelijk dat zij daar waren.
11. Hij wist dat de vijanden het legerkamp hadden verward.
12. Hij vertelde dat hij de moeder had beschermd.
13. Zij vertelden dat zij de moeder beschermden.
14. Zij vertellen dat zij de moeder hebben beschermd.

C.
1. Alle Romeinen vreesden, toen zij hoorden dat de Galliërs naar Rome kwamen.
2. Ik hoorde dat jij de oorzaak van de ramp nog niet hebt/had vernomen.
3. Brennus besloot het legerkamp midden in de stad te plaatsen.
4. Wij hoorden dat jouw varder drie slaven had gekocht.
5. Hoewel ik het jou vaak vroeg, wilde jij mij toch niet uitnodigen.
6. Wij weten dat wij alles hebben geprobeerd.
7. Wij horen dat alle boeren de akkers en huizen hebben verlaten en naar Rome zijn gevlucht.