Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2018: Homerus

ODYSSEE VIII, 344 - 369 DE PHAEAKEN

Maar gelach had Poseidon niet (in zijn greep), maar hij smeekte steeds
Hephaestus beroemd om zijn werken dat hij Ares losmaakte;
en toen hij begonnen was te spreken tot hem zei hij tot hem de gevleugelde woorden:
"Maak (hem/ze) los, en ik beloof jou dat hij jou, zoals jij beveelt,
het gepaste allemaal zal betlen temidden van de onsterfelijke goden."
En tot hem sprak op zijn beurt de zeer vermaarde krombenige:
"Draag me dat niet op, aardschokker Poseidon;
voorwaar waardeloos zijn ook de borgstellingen voor waardelozen om ze borg te stellen.
Hoe zou ik jou kunnen vastbinden temidden van alle goden,
als Ares er vandoor zou gaan, na ontkomen te zijn aan zijn schuld en boei(en)?"
En tot hem sprak op zijn beurt de aardschokker Poseidon:
"Hephaestus, want als werkelijk Ares na ontkomen te zijn aan zijn schuld
er vandoor gaat op de vlucht/vluchtend, zal ikzelf jou deze dingen betalen."
En hem antwoordde vervolgens de zeer vermaarde krombenige:
"Het is niet mogelijk en niet gepast jouw woord te weigeren."
Na zo geproken te hebben maakte de krachtige Hephaestus de boei(en) los.
En tyoen zij beiden uit boei(en) losgemaakt waren, ook al was(waren) die sterk,
was hij, nadat ze direct beiden opgesprongen waren, al naar Thraciƫ gegaan,
maar zij kwam dan aan op Cyprus de graag glimlachende Aphrodite,
in Paphus, waar voor haar een heilig domein was en een altaar voor brandoffers.
Daar wasten de Gratiƫn haar en zalfden (haar) met olijfolie
goddelijke, zoals deze glanst over de altijd zijn de goden,
en ze deden haar bekoorlijke kleren aan/om, een wonder om te zien.
Die dingen dan bezong de zeer vermaarde zanger en Odysseus
verheugde zich/genoot in zijn hart van het luisteren en ook de anderen
de Phaeaken met hun lange roeiriemen, mannen vermaard om hun schepen.