Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2018: Homerus

ODYSSEE VIII, 300 - 320 DE PHAEAKEN

En hij kwam dichtbij hen de zeer vermaarde krombenige,
nadat hij weer omgekeerd, voordat hij het land van Lemnos bereikt had;
want Helios hield de uitkijk en vertelde hem het verhaal.
En hij begaf zich op weg naar zijn huis, bedroefd in zijn hart;
en hij bleef staan in de vestibule, en wilde woede beving hem;
en hij begon vreselijk te schreeuwen, en riep luid tot alle goden:
"Vader Zeus, en andere gelukzalige goden die altijd zijn,
(komt) hierheen, opdat jullie de lachwekkende en onvergeeflijke daden zien,
hoe Aphrodite de dochter van Zeus mij omdat ik kreupel ben
altijd minacht, en zij houdt van de verderfelijke Ares,
omdat hij (wel) mooi en rechtnenig is, maar ík
ben gebrekkig (geboren); maar er is voor mij zeker niet een ander schuldig (aan),
(nee) maar mijn beide ouders, die mij niet hadden moeten verwekken.
Maar ga zien, waar zij beiden slapen in liefde,
nadat zi in mijn bed gegaan zijn; en ik ben bedroefd wanneer ik(hen) zie.
Ik verwacht niet dat zij nog langer zelfs niet een klein beetje zo willen liggen,
hoezeer zij ook (elkaar) liefhebben, spoedig zullen zij beiden niet willen
slapen; maar de list en de boei zullen hen beiden tegen/vasthouden,
todat (haar) vader mij de bruidsgeschenken allemaal (tot de laatste) teruggegeven zal hebben,
die ik hen heb geheven vanwege zijn onbeschaamde dochter,
omdat zijn dochter mooi is, maar niet haar emotie beheerst."