Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2014: Plato

Plato, Protagoras, 322a3 - 322d5

Omdat de mens deel kreeg aan het goddelijke (lot) begon (˜nomise ingressief vertaald) hij eerst door de/zijn
verwantschap met de god(en) als enige van de levende wezens te geloven in de goden en vatte hij het aan
altaren op te richten en beelden van de goden; vervolgens ontwikkelde hij al snel gearticuleerde stem/taal
en woorden door zijn vaardigheid, en vond hij woningen en kleding(stukken)
en schoeisels en bedbedekkingen en de voedingsmiddelen uit de aarde (uit). Zo
dan toegerust woonden de mensen in het begin verspreid,
maar steden waren er niet; dus werden zij door de wilde dieren te omgebracht/te gronde gericht door het
in alle opzichten zwakker zijn dan die/hen, en de praktische bekwaamheid
was voor hen wel voldoende hulp voor (hun) voedsel, maar met het oog op/voor de strijd met
de wilde dieren onvoldoende -- want zij hadden nog niet de politieke bekwaanheid, waarvan
de krijgskunde een deel is -- dus probeerder zij zich te verzamelen en zich te redden door het stichten
van steden; toen zij nu verzameld waren, behandelden ze elkaar onrechtvaardig omdat ze niet
de politieke vaardigheid hadden, zodat ze wederom, omdat ze zich verspreidden, omkwamen.


Omdat Zeus nu begon te vrezen aangaande onze soort dat die helemaal te gronde zou gaan,
zendt hij Hermes naar de mensen met repect en recht(sgevoel), met de bedoeling dat dat de
de ordeningen en de samenbrengende vriendschapsbanden van de steden zijn. Hermes nu vraagt aan Zeus
op welke manier hij recht(sgevoel) en eerbied moet geven aan de mensen: "Soms zoals de
vaardigheden zijn tegedeeld, moet ik die/deze ook zo toedelen? Ze zijn als volgt toebedeeld:
één die de geneeskunde heeft is voldoende voor vele leken, en (zo ook met) de andere
vaklieden; moet ik dan ook recht(sgevoel) en eerbied zo in de mensen plaatsen, of
moet ik ze aan allen toedelen?" "Aan allen", zei Zeus, "en allen
moeten er deel aan hebben; want er zouden geen steden kunnen onststaan, als weinigen daaraan
deel zouden hebben zoals aan de andere vaardigheden; en je moet van mijn kant een wet instellen om
degene die niet deel kan hebben aan eerbied en recht(sgevoel) te doden als een ziekte/verderf
van de stad.