Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2014: Plato

Plato, Protagoras, 311d4 - 312b6

Als iemand ons nu, terwijl/omdat we ons zo zeer druk maken om die dingen, zou vragen:
"Zeg me, Socrates en Hippocrates, als aan wie/wat zijnde zijn jullie
van plan aan Protagoras geld te betalen?" Wat zouden wij hem
antwoorden? Welke andere naam die althans gezegd wordt aangaande Protagoras
horen wij? Zoals aangaande Phidias beeldhouwer en aangaande
Homerus dichter, wat voor zodanigs/soortgelijks horen wij aangaande Protagoras? --
Sofist, dat weet je toch wel, noemen ze, Socrates, de man (te zijn),
zei hij. -- Gaan wij dus (naar hem toe) om (hem) als aan een sofist het/ons geld te betalen? --
Zeer zeker. -- Als nu iemand ook dit nog aan jou erbij zou vragen: "En zelf ga je dan
om wie/wat te worden naar Protagoras? -- En hij zei
terwijl hij begon te blozen -- want reeds werd iets van de dag zichtbaar, zodat hij zichtbaar/duidelijk
werd -- Als er een gelijkenis met de voorgaande (dingen), natuurlijk
om spfist te worden. --


Maar zou jij, zei ik, je bij de goden niet schamen wanneer je jezelf aan de Grieken
presenteert als sofist? -- Ja, bij Zeus, Socrates, als tenminste
nodig is te zeggen (dat) wat ik denk. -- Maar, Hippokrates, je neem toch niet
aan dat het onderricht aan jou van Protagoras niet precies zodanig
zal zijn als het (onderricht) van de schoolmeester was en (dat)
van de muziekleraar en de sportleraar? Want van hen leerde jij elk vak afzonderlijk niet
met oog op vakbekwaamheid, om een vakman te zijn, maar met het oog op algemene ontwikkeling, zoals
past aan de (gewone) burger en de vrije man. -- Zeker denk ik dat,
zei hij, het onderricht van Protagoras meer zodanig is.