Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2014: Plato

Plato, Protagoras, 311a8 - 311d4

Nadat we daarna opgestaan waren liepen we rond in de hof; en ik
omdat ik de geest(es)kracht van Hippocrates op de proef wilde stellen keek hem onderzoekend aan
en vroeg (hem), Zeg mij, zei ik, Hippocrates, ben jij nu
van plan naar Protagoras te gaan om hem loon
te betalen ten voordele van jezelf, met het voornemen om naar wie te gaan en wie
te worden? Zoals bijvoorbeeld wanneer jij van plan was, nadat je naar je naamgenoot
Hippokrates van Kos, die van de Asklepiaden gegaan was, (om) (zilver)geld
te betalen aan hem ten behoeve/voordele van jezelf, als iemand jou (dan) vroeg: "Zeg mij,
jij staat op het punt, Hippocrates, loon te betalen aan Hippocrates, als aan wie zijnde?"
Wat zou jij dan antwoorden? -- Ik zou zeggen, zei hij : als aan een arts. -- "Om wie/wat
te worden?" -- Om dokter (te worden, zei hij. --


En als je van plan was om, wanneer je aangekomen was bij Polyclitus uit Argos
of Phidias de Athener, aan hen loon te betalen ten behoeve van jezelf, als iemand
jou dan vroeg: "Ben jij van plan dat (zilver)geld te betalen aan Polycletus en Phidias,
als wie zijnde?" Wat zou jij antwoorden? -- Ik zou zeggen als
aan beeldhouwers. -- "Met de bedoeling om wie/wat zelf te worden?" Natuurlijk
beeldhouwer. -- Nu goed dan, zei ik: wanneer wij, jij en ik nu dan
bij Protagoras zijn aangekomen zullee wij bereid zijn hem (zilver)geld te betalen
als loon ten behoeve van jou, als ons geld toereikend zal zijn en wij hem daarmee
zullen overtuigen (laten we het daarbij), maar zo niet dan beteden zij ook (nog)
het geld van onze vrienden daarbij.