Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2017: Livius

AUC 39.13 (p.169, rr.120-126); Hispala’s onthullingen (2)

Tenslotte gerustgesteld, nadat ze zich heftig had beklaagd over de trouweloosheid van Aebutius, die haar, die zich [zo]zeer verdienstelijk had gemaakt jegens hem(zelf), een zodanige dank had betoond, zei ze dat ze grote vrees had voor de goden, wier geheime mysteriƫn ze verraadde, [maar] een veel grotere voor de mensen, die haar als verklikster eigenhandig zouden verscheuren. Dat ze dus Sulpicia hierom smeekte, de consul hierom, dat ze haar zouden wegsturen naar ergens buiten Italiƫ, waar ze de rest van haar leven veilig kon doorbrengen. De consul zei dat ze vol (met) goede moed moest zijn en dat hij ervoor zou zorgen (het hem tot zorg zou zijn) dat ze in Rome veilig zou wonen.