Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2014: Ovidius

Fasti II, 155 - 174

Temidden van de boomnimfen en de speerwerpster Diana
   was Callisto één (onder)deel van de heilige schare.
Zij, terwijl zij de boog/bogen aanraakte, zei "Boog/bogen die wij aanraken,
wees(t) de getuigen van mijn maagdelijkheid.
Cynthia prees (haar), en zei "Houd je aan de beloofde overeenkomst(en),
en jij zult voor mij de voornaamste van de/mijn metgezellinnen zijn."
Ze zou zich aan de overeenkomst(en) gehouden hebben, als zij niet mooi geweest was:
ze was op haar hoede voor de stervelingen, ze is schuldig vanwege Iuppiter.
Phoebe keerde na in de bossen op duizend wilde dieren gejaagd te hebben
terwijl de zon of meer of het midden van de dag hield/bereikte;
zodra zij het heilig woud (een woud donker door een dichtbebladerde steeneik,
in het midden was een diepe bron van/met ijskoud water),
"Laten wij" zegt zij, "ons hier in het bos, maagd uit Tegea, wassen";
zij kreeg het schaamrood door de valse/onjuiste klank van (het woord) maagd.
Ze had het ook tegen de nimfen gezegd. De nimfen doen hun kleren uit,
zij schaamt zich, en maakt zich verdacht door het trage uitstel(len).
Zij had het (onder)kleed uitgedaan; duidelijk schuldig door de zwelling van haar buik
wordt zijzelf verraden door haar eigen bewijs van het gewicht.
Tegen haar zei de godin "Meinedige dochter van Lycaon, verlaat
het gezelschap van de maagden , en bezoedel de kuise wateren niet."