Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2009: Ovidius als verteller

Jasons strijd met de krijgers Met. 7.121-48

Dan neemt hij met zijn bronzen helm de drakentanden en strooit ze op het doorploegde land.
De aarde maakt de zaden, doordrenkt (van tevoren natgemaakt) met krachtig gif, zacht en zij groeien en de gezaaide tanden worden nieuwe gedaanten;
125 en zoals een baby in de moederbuik de verschijning van een mens aanneemt en binnenin gevormd wordt in [al] zijn ledematen (delen) en niet naar buiten gaat naar de open wereld boven (de openbare bovenwereld), tenzij voldragen (rijp), zo staat een mensenbeeld op in de bevruchte akker, zodra dit gevormd is in het binnenste (de ingewanden) van de zwangere aarde, en wat meer
130 verwonderlijk is, direct bij zijn geboorte (ter wereld gebracht) schudt het (tegelijkertijd) de wapens (of: het schudt de wapens die tegelijkertijd ter wereld zijn gebracht). En toen ze zagen dat dezen aanstalten maakten hun lansen met zeer scherpe punt te slingeren naar het hoofd van de Aesonische jongeman, lieten de Grieken uit angst hun gezicht en hun moed zakken. Ook zijzelf die
135 hem veilig had gemaakt, werd bang en toen ze zag dat de jongeman in zijn eentje door zoveel vijanden werd belaagd, werd zij bleek en zat zij plotseling bloedeloos verstijfd; en opdat niet de door haar gegeven kruiden te weinig kracht hebben, zingt zij een toverspreuk tot hulp (een helpend lied) en roept haar geheime kunsten te hulp. Hij, door een zware steen te midden van de
140 vijanden te werpen, keert de strijd (Mars) die van hemzelf is afgeweerd om naar henzelf; de uit de aarde geboren broers komen om door wederkerige wonden en sneuvelen in een burgerstrijd. De Achaeėrs zijn blij en houden de overwinnaar vast en met begerige omhelzingen klampen zij zich aan hem vast.
Ook jij, vreemdelinge, had de overwinnaar [wel] willen omhelzen; schroom
145 stond je plan in de weg. Maar toch zou je hem omhelsd hebben, maar eerbied voor je goede naam hield je [tegen] om het te doen. Wat wel mag, je verheugt je in stilte (in stille gemoedstoestand) en je dankt je toverspreuken en de goden als bewerkers daarvan.