Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2009: Ovidius als verteller

Hoofdstuk 9: Circe

Hoofdstuk 9: Circe – Tekst B
Treurend, nadat een deel van onze makkers verloren was gegaan, en veel klagend komen wij terecht in dat land dat je hiervandaan in de verte ziet – een eiland dat (slechts) hiervandaan in de verte, geloof me, gezien moet worden, geloof me! – en jij, o rechtvaardigste der Trojanen, zoon van een godin (want niet moet je, nu de oorlog beėindigd is, vijand genoemd worden, Aeneas) ik waarschuw (je), ontvlucht de kust van Circe!

Ook wij, nadat we de boot hadden vastgemaakt aan de kust van Circe, denkend aan Antiphates en de barbaarse Cycloop, weigerden te gaan en het onbekende huis te naderen; wij werden door het lot gekozen, het lot zond mij en de trouwe Polites en tegelijkertijd Eurylochus en de dronkelap Elpenor en tweemaal negen makkers naar het huis van Circe.

Hoofdstuk 9: Circe – Tekst C
Zodra wij dat (huis) bereikten en op de drempel gingen staan van het huis, boezemden duizend wolven en gemengd met wolven en beren en leeuwinnen door hun verschijning angst in. Maar geen beest moest gevreesd worden, en geen was van plan op ons lichaam een wond te veroorzaken; ja zelfs zij bewogen hun vleiende staarten door de lucht en kwispelend vergezellen ze onze voetsporen, totdat dienaressen ons opvangen en ons door de hal, bedekt met marmer, naar hun meesteres brengen.

Ze zit in een mooi vertrek op haar gebruikelijke troon en gekleed in een prachtige mantel, wordt ze eroverheen rondom omhuld door een met goud versierde sluier. Nereļden en nimfen zitten bij haar, die niet spinnen door haar vingers te bewegen en niet draden trekken, die hun vingers volgen, maar grassen sorteren en zonder orde uitgestrooide bloemen in manden scheidden en kruiden, verschillend in kleuren. Zelf beoordeelt zij het werk dat dezen doen, zelf weet zij welke kracht er is of in welk blad (kracht) is, welke gezamenlijke werking er is voor de gemengde kruiden en oplettend beoordeelt ze de afgewogen kruiden.

Hoofdstuk 9: Circe – Tekst D
Toen zij ons zag, nadat de groet was gezegd en ontvangen, ontspande zij haar gelaat en beantwoordde onze wensen met gelukswensen; onmiddellijk beveelt zij de geroosterde gerstekorrels en honing en krachtige wijn te mengen met gestold stremsel en voegt zij sap toe dat heimelijk verborgen zit onder deze zoetigheid. Wij nemen de toverdrank, gegeven met de heilige rechter(hand).

Zodra wij die dorstig met droge mond opdronken, en de wrede godin met haar staf de top van onze haren aanraakte (en ik schaam me en ik zal het vertellen), begon ik ruig te worden met borstelige haren en niet meer te kunnen spreken, in plaats van woorden (begon ik) een rauw geknor uit te brengen en met mijn hele gezicht mij naar de grond voorover te buigen; en ik merkte dat mijn mond verhardde tot een kromme snuit, en dat mijn hals opzwol met spieren en met het deel waarmee zojuist door mij de toverdrank was opgenomen, daarmee maakte ik voetsporen. En samen met mijn makkers, die hetzelfde hebben ondergaan (zoveel vermag die gifdrank), word ik opgesloten in een varkenskot; en wij zagen dat alleen Eurylochus vrij was gebleven van een varkensuiterlijk, hij alleen is de gegeven toverdrank ontvlucht. Als hij deze niet had vermeden, zou ik nu ook nog een deel van het borsteldragend vee zijn, en zou Ulixes/Odysseus, door hem op de hoogte gesteld van zo’n grote ramp, niet als wreker naar Circe zijn gekomen.

Hoofdstuk 9: Circe – Tekst E
De Cylleniėr (Mercurius), de vredesbrenger, had een witte bloem naar hem (Ulixes) gebracht; de hemelgoden noemen het moly, ze wordt vastgehouden door een zwarte wortel.

Veilig door dit en tegelijkertijd door de hemelse waarschuwing, komt hij het huis van Circe binnen en nadat hij naar de bedrieglijke beker was geroepen, weerde hij (Circe) af, terwijl zij probeerde zijn haren licht aan te raken met haar toverstaf en hij schrok de bang gewordene af met een getrokken zwaard. Vervolgens werden het erewoord (gegeven) en de rechterhanden gegeven en nadat hij in haar slaapkamer ontvangen is, eist hij als huwelijksgift de lichamen van zijn makkers.

Wij worden bestrooid met betere sappen van een onbekend kruid en wij worden geslagen op het hoofd door de klap van de omgedraaide toverstaf, en er wordt een toverspreuk uitgesproken tegenovergesteld aan uitgesproken woorden; hoe meer zij deze zegt, hoe meer wij ons oprichten, ons opheffend aan de aarde, en de borstelige haren vallen uit en de scheur verlaat de gespleten poten, de schouders keren terug en de onderarmen worden geplaatst onder de bovenarmen.

Wij, huilend, omarmen hem, huilend, en wij klampen ons vast aan de nek van de leider, en wij spraken niet eerder woorden dan enigen die onze dankbaarheid uitdrukten.