Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2009: Ovidius als verteller

Het paleis van Circe Met. 14.254-70

Zodra wij dit bereikten en op de drempel [van het paleis] stonden, joegen
255 duizend wolven en met (vermengd met) [die] wolven Ún beren Ún leeuwinnen [ons] angst aan doordat ze op ons af kwamen stormen (door het aanstormen). Maar we hoefden voor geen enkele bang te zijn, geen enkele was van plan ons lichaam te verwonden (een wond aan te brengen op ons lichaam); ja zelfs zwaaiden (bewogen) zij hun staarten liefkozend door de lucht en volgen ons op de voet (vergezellen) al kwispelend (onze voetsporen), totdat dienaressen
260 [ons] ontvangen en door de met marmer beklede hal (hallen) naar hun mees-teres leiden. Zij zit in een fraai vertrek, op een plechtstatige troon en gehuld in een glanzende mantel wordt zij bovendien omhuld door een met goud bestikte sluier. Samen met haar [zitten] Nere´den en nimfen die niet met de beweging
265 van hun vingers spinnen en niet de draden, die [hun vingers] volgen, trekken; [maar] zij sorteren grassen en scheiden in mandjes door elkaar (ordeloos) uitgestrooide bloemen en kruiden verschillend van kleur. Zelf beoordeelt zij het werk dat dezen verrichten, zelf weet zij welke werking zit in ieder blad, hoe ze
270 gezamenlijk werken na gemengd te zijn en aandachtig weegt zij de toegewezen (porties) kruiden af.