Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2009: Ovidius als verteller

De Cycloop prijst zijn bezit aan Met. 13.808-37

“Maar als je [mij] goed zou (hebben leren) kennen, [dan] zou het je spijten voor mij gevlucht te zijn en zou je zelf je uitstel vervloeken (veroordelen) en zou je
810 je inspannen om mij vast te houden. Ik heb een grot, deel van een berg, waarover een natuurlijke rots hangt (hangend in een natuurlijke rots), waarin noch de zon wordt gevoeld midden in de zomerhitte noch de winter wordt gevoeld. Ik heb fruit dat zijn takken zwaar maakt, ik heb druiven, goud gelijk in lange wijnranken, ik heb ook donkerrode; zowel deze als die bewaar ik voor
815 jou. Eigenhandig (zelf met jouw handen) zul je verzamelen rijpe (zachte) aardbeien gegroeid in de schaduw van het bos, eigenhandig de herfstkornoeljes en pruimen, niet alleen de blauwe met hun donkere sap, maar ook de delicate (en) die de kleur hebben van (lijken op) verse was. Noch zal het jou ontbreken aan kastanjes wanneer ik jouw echtgenoot ben, noch aan de
820 vruchten van de aardbezieboom; elke boom zal jou ten dienste staan.
Dit vee is allemaal van mij; ook grazen (dwalen) er vele in de dalen, het bos verbergt er vele; vele staan op stal in grotten. En niet zou ik je kunnen zeggen hoeveel het er zijn als je het toevallig zou vragen; het hoort bij een arme man om zijn vee te tellen! Over hun verdiensten zou jij mij geenszins geloven; je
825 kunt zelf met eigen ogen zien hoe ze met moeite met hun poten om hun uiers heen lopen. De lammetjes, de jongere worp, zitten in warme schaapskooien, ook bokjes, even oud, zijn in de geitenstallen. Ik heb altijd melk in voorraad blank als sneeuw; daarvan wordt een deel bewaard om te drinken, een [ander]
830 deel doet vloeibaar stremsel stollen. En niet zullen makkelijk te bemachtigen troeteldieren jou ten deel vallen en niet alleen maar de cadeautjes die iedereen geeft (alledaags), reeėn, hazen en een geit, of een paar duiven of een nest gehaald uit de kruin van een boom; helemaal hoog in de bergen heb ik een
835 tweeling gevonden, die met jou kan spelen, onderling (zo)gelijk (zo)dat je ze nauwelijks uit elkaar kunt houden (onderscheiden), de welpen van een harige berin; ik vond ze en ik zei: “ Die zal ik bewaren voor mijn geliefde.”