Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2009: Ovidius als verteller

Circe verandert de mannen in zwijnen Met. 14.271-90

Toen zij ons zag, ontspande zij, na wederzijdse begroeting, haar gelaatstrekken en [met] haar gunstige woorden gaf zij ons hoop (zij gaf terug woorden gunstig voor onze hoop); en onverwijld geeft zij de opdracht geroosterde gerstekorrels en honing en koppige wijn te vermengen met kaas, en zij voegt sappen toe
275 die heimelijk verborgen moeten blijven onder deze zoetheid. Wij nemen de bekers aan gegeven door haar goddelijke rechterhand. Zodra wij deze dorstig met uitgedroogde mond hebben leeggedronken en de verschrikkelijke godin met haar staf het uiteinde van onze haren heeft aangeraakt (wel schaam ik mij, maar toch zal ik het vertellen), begon ik ruig te worden met borstelig haar
280 en niet meer te kunnen spreken, begon ik in plaats van woorden rauw geknor te laten horen en begon ik mij met mijn hele gezicht voorover te buigen naar de grond; en ik voelde mijn mond verharden tot (met) een gebogen snuit, mijn nek zwellen door spieren, en met het deel [van het lichaam] waarmee zojuist door mij de beker was gepakt, met dat deel ging ik/liep ik (maakte ik sporen).
285 En met mijn lotgenoten (degenen die hetzelfde ondergingen) (zoveel kunnen tovermiddelen) word ik opgesloten in een varkenskot; en wij zagen dat Eury-lochus als enige niet de gedaante van een zwijn had, als enige weigerde hij de aangereikte beker. Als hij die niet had vermeden, zou ik ook nu nog steeds een van het borstelig vee zijn en niet zou Ulixes, door hem op de hoogte gesteld
290 van zo’n grote ramp, als wreker naar Circe zijn gekomen.