Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2007: Aeneas Vergilius

7 5c. Anchises kondigt de komst van Augustus aan (788-807)

788 Richt nu je beide ogen hierheen, aanschouw dit volk en jouw Romeinen. Dit is Caesar en het hele 790 nageslacht van Julus, dat bestemd is om tot dichtbij de grote as van de hemel te komen/op te stijgen. Dit/Hij is de man, hij is het, van wie jij nogal vaak hoort dat hij aan jou beloofd wordt, Augustus Caesar, de zoon van een god, die weer gouden eeuwen zal instellen in Latium over de akkers, eens bestuurd door Saturnus, hij zal het rijk uitbreiden verder dan zowel de Garamanthen als de IndiŽrs; 795 het land ligt buiten de sterren, buiten de banen van de jaarlijkse zonneweg, waar de hemeldragende Atlas het hemelgewelf, voorzien van brandende sterren, op zijn schouder draait. In afwachting van zijn komst huiveren nu al zowel het Caspische rijk door de orakels van de goden als het Maeotische land, 800 en de mondingen van de Nijl met zeven armen verkeren onrustig in verwarring. En niet heeft de Alcide echter zoín groot deel van de aarde bezocht, hoewel hij het bronshoevige hert doorboord heeft of de wouden van Erymanthus tot bedaren heeft gebracht en Lerna met zijn boog heeft doen trillen; en niet Liber die als overwinnaar met teugels van wijnranken zijn wagen bestuurt, 805 terwijl hij de tijgers ment van de hoge top van de Nysa. En aarzelen wij nog om onze deugd door daden te vergroten, of verhindert angst ons ons te vestigen in het Ausonische land?