Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2007: Aeneas Vergilius

6 3f. Aeneas is geschrokken van de woorden van Mercurius (279-295)

279 Maar werkelijk Aeneas, buiten zichzelf, verstomde door de verschijning en 280 zijn haren stonden van schrik recht overeind en zijn stem stokte in zijn keel. Hij verlangt er hevig naar om snel weg te gaan en het aangename land te verlaten, ontsteld door zon grote vermaning en bevel van de goden. Ach, wat moet hij doen? Met welke woorden moet hij nu de koningin, die hartstochtelijk verliefd is, durven behoedzaam te benaderen? Welke inleiding moet hij als eerste kiezen? 285 En hij richt zijn gedachten nu eens snel hierop dan weer daarop en hij laat zijn gedachten snel naar uiteenlopende kanten/richtingen gaan en doet hen alles overwegen. Aan zijn geest die weifelde scheen dit plan het verkieslijkst: hij roept Mnestheus, Sergestus en de dappere Serestus, ze moeten de vloot zwijgend uitrusten en de makkers op de kusten bijeenbrengen, 290 de tuigage klaarmaken en verborgen houden wat de reden is voor de verandering van het plan; dat hij intussen, aangezien de zeer goede Dido van niets weet en niet verwacht dat zon grote liefde verbroken wordt, gelegenheden zou proberen te vinden om haar te naderen en wat de meest gunstige momenten zijn om te spreken en wat voor het doel een geschikte manier is. Snel gehoorzamen allen 295 opgewekt het bevel en haastig voeren ze de bevelen uit.