Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2007: Aeneas Vergilius

6 2c. Juno vraagt Venus medewerking aan haar plan (115-128)

115 ‘Deze inspanning zal van mij zijn/Dit zal mijn taak zijn. Ik zal jou nu met weinig woorden (let op) leren op welke manier volbracht kan worden wat ons onmiddellijk te doen staat. Aeneas en tegelijk de zeer ongelukkige Dido maken zich gereed om naar het woud te gaan om te jagen, wanneer/zodra de Zon van morgen de dageraad zal hebben doen aanbreken en met zijn stralen de wereld zal hebben onthuld. 120 Op hen zal ik een zwarte regenwolk/stortbui vermengd met hagel van bovenaf doen neerdalen, terwijl de ruiters heen en weer draven en de dalen omringen met de drijfjacht/netten, en ik zal de hele hemel met donder in beweging brengen. De metgezellen zullen zich verspreiden en bedekt worden door een donkere nacht: Dido en de Trojaanse leider zullen in dezelfde 125 grot terechtkomen. Ik zal aanwezig zijn en, als jouw gezindheid voor mij zeker is, zal ik hen verbinden in een duurzaam huwelijk en ik zal haar als een wettige echtgenote overgeven. Dit zal hun huwelijk zijn.’ Cytherea verzette zich niet (partic.) tegen haar die (erom) vroeg en stemde toe en lachte omdat zij haar listen had doorzien/omdat zij de listen had bedacht.