Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2007: Aeneas Vergilius

4 3c. De Trojanen trekken het paard de stad in(234-249)

234 Wij maken een bres in de muren en leggen de gebouwen van de stad open. 235 Allen maken zich gereed voor het werk en plaatsen de rollende wielen onder de zijn voeten, en maken banden van vlas vast aan zijn hals: het noodlottige werktuig, zwanger van wapens, beklimt de muren. Rondom zingen jongens en ongetrouwde meisjes heilige liederen en hebben er plezier in met hun hand het touw aan te rake; 240 het werktuig gaat naar binnen en rolt dreigen het midden van de stad in. O vaderland, o Ilium huis der goden en muren der Trojanen, beroemd door de oorlog! Viermaal bleef het steken juist op de drempel van de pport en viermaal gaven / maakten de wapens geluid in de buik; toch gaan wij door, argeloos en verblind door waanzin 245 en plaatsen het ongelukbrengende monster op de heilige burcht. Dan ook opent Cassandra haar mond voor / met het toekomstig noodlot, (die) op bevel van de god nooit geloofd (werd). Wij ongelukkigen, voor wie (immers) dit de laatste dag was, versieren de tempels der goden met feestelijk loof door de stad (heen).